Back to Home Page
IOH
www.ioh.co.il - november 2005 | Cheshvan 5766
 
Reportage; Pg. 18

JMW: 'COLLECTIEVE UITKERING NIET AAN DE ORDE'
- OORLOGSWEZEN ROEPEN OP TOT PETITIE TEGEN JMW

Door Pascale Esveld

Het is allesbehalve 'koek en ei' tussen de stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) en de oorlogswezen. JMW heeft het verzoek om tot een gemeenschappelijke uitbetaling over te gaan zonder uitleg van de hand gewezen.
Bovendien wenst zij enkel met de oorlogswezen in IsraŽl verder te praten als de twee organisaties samengaan. Geen collectieve rechtzetting dus van gemaakte fouten, maar wel graag ťťn vereniging die de belangen behartigt.
De verdrietige vraag die al maanden speelt bij alle betrokkenen blijft: Wie gaat het gedane onrecht recht breien voor de oorlogswezen? De wezen roepen op tot een petitie tegen JMW.

Nederlandse oorlogswezen in IsraŽl zijn diep teleurgesteld over de reactie van Joods Maatschappelijk Werk (JMW). Zij hoopten dat met een gezamenlijke uitkering de tegoeden die hun hadden moeten toekomen uit de nalatenschap van hun ouders of familieleden - maar indertijd door allerlei duistere omstandigheden door de diverse stichtingen niet is uitbetaald - eindelijk hun terechte bestemming zouden bereiken.
Inmiddels zijn de stichtingen die vroeger de voogdij over de oorlogswezen hadden, onder het beheer van JMW gekomen. De gebroeders Philip en Marcel Staal hebben tegen deze fusie hoger beroep aangetekend, dat begin augustus door het Hoger Gerechtshof werd verworpen. JMW mag fuseren en krijgt dus het beheer en vruchtgebruik over zowel de gelden, de roerende en onroerende goederen als de schulden.
Zoals Aleh al eerder berichtte was iedereen begin deze zomer, toen een afvaardiging van JMW voor een besloten werkbespreking naar Tel Aviv kwam, zeer optimistisch. Inmiddels was algemeen bekend dat de oorlogswezen niet altijd recht gedaan is en JMW was bereid zich schappelijk op te stellen. Dat is ondertussen veranderd. JMW heeft besloten niet tot een collectieve uitbetaling over te gaan en wenst alleen nog met de oorlogswezen te praten als zij zich verenigen.
In IsraŽl zijn er twee verenigingen die de belangen van de wezen behartigen; dat zijn de Stichting (IsraŽl) Nederlands - Joodse Oorlogswezen in IsraŽl (SINJOI), waar Shalom Pront de secretaris van is en Amuta Lerivchat Jotsei Holland, waarvan Tswi Herschel de voorzitter is.

Elk geval apart
Beide verenigingen zeggen over bewijzen te beschikken dat hen in het verleden niet altijd het geld is toegekend waar ze recht op hebben. Zij dringen aan op een collectief bedrag dat door beide stichtingen onder hun leden verdeeld zal worden.
Maar JMW vindt de aantijgingen van de oorlogswezen niet terecht. Het Joods Maatschappelijk Werk beroept zich op het feit dat er over het algemeen niet veel geld was onder de Nederlands Joodse gemeenschap van voor de oorlog. Bovendien, zo meent JMW, zijn de meeste specifieke gevallen verjaard. Wel is de stichting bereid om elk geval apart nog eens te onderzoeken en daar een besluit over te nemen.
Feit is echter dat elk individueel geval op zich moeilijk te bewijzen is omdat archiefmateriaal al in de jaren zeventig verdwenen is. 'Kijk,' legt secretaris Shalom Pront van SINJOI uit: 'Je ziet wat er is gebeurd met de gebroeders Staal. De rechter vond de zaak verjaard. Maar als we zo'n aanklacht met ons allen hadden ingediend was het een heel andere zaak geweest. Misschien is elk geval op zich niet zo duidelijk, maar als je een stuk of twaalf casussen hebt, waarbij het allemaal een beetje troebel is hoe het precies is gegaan, dan heb je een trend. Dan moet de andere partij bewijzen dat het geen trend is, maar een specifiek geval. Dat is een heel ander verhaal. En verjaard, verjaard, verjaard! Dat is onzin, dat zag je bij de Maror-gelden toen de Nederlandse regering hetzelfde verwijt werd gemaakt. Die heeft in het begin ook tegengesputterd met 'verjaard'.'

Oorlogswezen meer benadeeld
Maar om welk geld gaat het eigenlijk precies? Philip en Marcel Staal hebben hun geval laten onderzoeken en zijn van mening dat ze recht hebben op een bedrag van rond 1,6 miljoen euro (huidige tegenwaarde met rente). In totaal zou het om een bedrag van 7,6 miljoen euro gaan, maar volgens JMW bedraagt het vermogen de helft, zo'n 3,8 miljoen euro.
Shalom Pront vat het als volgt samen: 'Direct na de holocaust waren er in Nederland ruim 2000 Joodse kinderen die beide ouders verloren hadden. Van deze oorlogswezen leven er in IsraŽl nog zo'n 150, in Nederland ongeveer 1500. Tijdens de verdeling van de Maror-gelden in 1999 werd er gepleit voor een grotere uitbetaling aan hen, omdat de oorlogswezen in vele opzichten veel meer benadeeld zijn dan andere oorlogsslachtoffers. Vaak is hen niet de volledige erfenis van omgekomen ouders en familieleden uitbetaald. Dat had wel moeten gebeuren, op 21-jarige leeftijd had elke wees het geld dat voor de oorlog van zijn ouders was, terug moeten krijgen. Maar het voorstel voor een grotere uitkering werd door Maror afgewezen.'
Rond die tijd werd het Wezen Comitť opgericht dat later overging in de officiŽle stichting SINJOI. Shalom vertelt verder: 'Het is dus geen toeval dat SINJOI direct probeerde erkenning te krijgen voor de buitengewoon moeilijke omstandigheden waaronder de wezen niet alleen opgroeiden, maar ook later niet kregen waar ze recht op hadden. Er is de wezen onrecht aangedaan en wij willen erop aandringen dat eventuele tegoeden worden uitbetaald. Om deze activiteiten te kunnen financieren diende SINJOI een projectvoorstel in bij de Stichting Collectieve Maror-gelden IsraŽl, dat wel werd gehonoreerd. Vanaf het begin probeert SINJOI JMW er toe te bewegen een algemene vergoeding serieus te overwegen.'
In juni 2005 vond er in Beth Holland in Tel Aviv de besloten bijeenkomst plaats waarin door JMW werd beloofd het voorstel van SINJOI niet direct van tafel te vegen.
Shalom Pront: 'JMW wil dat nu niet meer. Er komt geen algemene vergoeding. Wel is zij bereid om zelf individuele claims te onderzoeken en te beoordelen; iets wat misschien wel slim is van JMW, maar niet te verenigen met een sociaal maatschappelijke sfeer gericht op oorlogsslachtoffers.'

Weinig bewijzen
Eerder werd al onderzoek naar deze zaak gedaan door journaliste Elma Verhey en historica Pauline Micheels. Uit hun boek 'Kind van de Rekening' blijkt ondermeer dat er soms zeer onzorgvuldig en soms ronduit nalatig is omgesprongen met de erfenis van de oorlogswezen. In vele gevallen zijn hen de rechtmatige tegoeden ontnomen. Er valt echter nog maar weinig van dit wanbeleid te bewijzen; de stichtingen en instellingen bestaan niet meer en het financiŽle archief van JMW is vernietigd op last van de toenmalige en inmiddels overleden voorzitter, Leo Cohen.
Na het verschijnen van het boek 'Kind van de Rekening' reageerde huidig JMW-directeur Hans Vuijsje met een 36 pagina's tellend rapport. Zijn conclusie was dat geen van de beschuldigingen te bewijzen viel. Hij wil een nieuw onderzoek dat hij zelf zal laten uitvoeren. Shalom Pront vertelde toen al aan Aleh: 'De heer Vuijsje kan van alles en nog wat roepen. Maar hij kan natuurlijk niet zowel de onderzoeker zijn als degene die beoordeelt of dit onderzoek al dan niet juist is.' Vuijsje verdedigde zich onder meer ook met het feit dat JMW tot op de dag van vandaag, 'de opbrengst van die vermogens (7,8 miljoen euro) nodig heeft om het maatschappelijk werk te doen.'

Geen onmondige kinderen
Maar de oorlogswezen zijn niet langer onmondige kinderen en wensen gehoord te worden. Zij vroegen om een collectieve uitkering zodat de tegoeden eindelijk eerlijk verdeeld konden worden. Maanden later, gedateerd op 29 augustus 2005, komt er een reactie van JMW in een brief - die gepubliceerd is op de website van de oorlogswezen - en ondertekend door voorzitter Harry J. van den Bergh.
Van den Bergh zegt daarin dat de gesprekken die in juni zijn gehouden met de Nederlandse oorlogswezen in IsraŽl 'van grote waarde waren.' Inmiddels zijn de conclusies getrokken. JMW heeft besloten tot de volgende werkwijze over te gaan: Zij is bereid alle informatievragen en eventuele claims opnieuw te onderzoeken. Er zal een voorlopige reactie worden geven aan degene die de claim heeft ingediend. Daar kan op gereageerd worden, waarna een definitieve reactie van JMW volgt. Degene die de claim heeft ingediend zal daarvan op de hoogte worden gesteld. Bovendien overweegt men om een onafhankelijke commissie samen te stellen die - als degene die de claim heeft ingediend zich niet kan vinden in de definitieve reactie van JMW - een uiteindelijk oordeelt velt (op grond van uitgewisselde stukken).
Als de claim gegrond wordt verklaard bepaalt het bestuur de hoogte van een eventuele uitkering. Nogmaals wordt benadrukt dat er geen sprake kan zijn van een collectieve uitkering.
Ook dringt JMW aan op een samenwerkingsverband tussen de twee wezenorganisaties in IsraŽl. 'JMW kan het overleg dat op 1 en 2 juni is gestart alleen voortzetten indien de beide wezenorganisaties tot een gezamenlijke vertegenwoordiging komen,' aldus Van Den Bergh. Zodat er geen dubbel overleg hoeft plaats te vinden en: 'Impasses bij onderling afwijkende meningen tussen de twee organisaties worden voorkomen en dat bovendien de daadkracht bevordert.'
Op dit moment worden voorstellen over een nieuw onderzoek, de vraagstelling, de opzet en de onafhankelijke onderzoeker(s) uitgewerkt en zullen met een gezamenlijke delegatie (afgevaardigden van de twee wezenorganisaties indien er sprake van een samenwerking is) worden besproken. Op grond van dit overleg zal JMW 'tot besluitvorming in deze overgaan en een opdracht verlenen.'
Vervolgens wordt er bij JMW nagedacht over de opzet van een nieuw onderzoek . Er wordt naar gestreefd uiterlijk deze maand met een voorstel te komen die met de delegatie besproken kan worden.
Ook belooft Van den Bergh: 'Tijdens ons werkbezoek aan IsraŽl is door SINJOI een aantal geanonimiseerde zaken overhandigd aan de Algemeen Directeur van de Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW). Deze, de heer Hans Vuijsje, heeft ons geÔnformeerd dat hij begin september met een eerste voorlopige reactie zal komen.'
Bij het ter persen gaan van deze Aleh, waarvan de deadline op 22 september was, is die voorlopige reactie er nog niet.

Reactie Elma Verhey
De reactie van onderzoeksjournaliste Elma Verhey is beslist niet mals. Zij vraagt zich af wat de motivering is om niet tot een algemene uitkering over te gaan. 'Mij lijkt het simpele zinnetje dat er geen algemene uitkering komt wel erg mager. De oorlogswezen hebben recht op tekst en uitleg.' Bovendien vreest de journaliste dat het gemakkelijker is individuele claims van de hand te wijzen: 'Iedereen weet zo langzamerhand dat de financiŽle stukken zijn vernietigd. Het zal dus zeer lastig, zo niet onmogelijk, zijn om individuele claims 'juridisch hard' te maken.' Ook vraagt zij zich af wie de onderzoeken daarnaar gaat uitvoeren: 'Tot nu toe worden alle onderzoeken uitgevoerd door directeur Hans Vuijsje zelf, die zich in verschillende uitspraken en publicaties op het standpunt stelt dat er (juridisch) niets mis kan zijn gegaan (toezicht rechter) en dat de zaak bovendien verjaard is. Het ziet er kortom naar uit dat hij alle claims zal afwijzen.' Elma Verhey zet tevens haar vraagtekens bij het feit dat het bestuur van JMW beslist of er - indien een oorlogswees niet tevreden is - een werkelijk onafhankelijk onderzoek zal plaatsvinden. 'Dat lijkt me geen zorgvuldige procedure. Het staat immers niet bij voorbaat vast dat men in beroep kan bij een onafhankelijke commissie. Ook is er niet gesteld of JMW zich eventueel bij het oordeel van zo'n commissie zal neerleggen,' legt Elma Verhey uit in haar reactie op de website van de oorlogswezen. De voorwaarde van JMW om enkel met de oorlogswezen te praten wanneer zij 'uit ťťn mond spreken,' vindt Elma Verhey: 'Een onmogelijke eis. Om diverse redenen zijn er al jarenlang verschillende organisaties van oorlogswezen zowel in Nederland, in IsraŽl als in de Verenigde Staten. De Joodse gemeenschap is zeer divers samengesteld. Het gaat niet aan om plotseling te eisen dat oorlogswezen zich moeten laten vertegenwoordigen door ťťn of twee mensen.'

Advies
Haar advies aan alle oorlogswezen is om bij JMW tenminste informatie in te winnen over de persoonlijke eventuele rechten. 'Dat wil zeggen dat men navraag zou moeten doen wie de voogd was en wat er met het vermogen van omgekomen ouders en andere familieleden is gebeurd. Ook dient men om een overzicht te vragen van de uitgaven en inkomsten van de voogd of voogdij-instelling. Aan wie is de 'Jokos- en Cadsu-uitkeringen' uitbetaald.' Elma Verhey wijst er verder op dat het ook verstandig is te vragen aan welke criteria een eventuele claim getoetst zal worden en wat de mogelijkheid is tot beroep. 'Om ervoor te zorgen dat die brief bekend is bij ťťn van de organisaties die zich bezighouden met de belangen van de Joodse oorlogswezen, adviseer ik de brief tevens door te sturen aan SINJOI of Amutai, de twee verenigingen die tot nu toe zich het meest voor de belangen van de oorlogswezen hebben ingezet. Alleen als de oorlogswezen zich gezamenlijk willen inspannen kan deze zaak ooit tot een bevredigende oplossing komen,' aldus Elma Verhey.
Een groot aantal wezen heeft op het besluit van JMW om niet tot een collectieve uitkering over te gaan, gereageerd met een petitie.
Shalom Pront benadrukt nogmaals het belang van de wezen om zich te verenigen: 'Het toverwoord voor een sterke positie is de beschikbaarheid van informatie. De werkgroep SINJOI houdt zich intensief bezig met het opzetten van een onafhankelijk archief. Dat zal ons in de nabije toekomst zeer goed van pas komen, wanneer SINJOI ook de rol die de Nederlandse overheid gespeeld heeft onder de loupe gaat nemen. Gezien de vergevorderde leeftijd van de oorlogswezen is het nu of nooit.'
Voor de volledige inhoud van zowel de brief van Harry J. van den Bergh, als de reactie van Elma Verhey en de mogelijkheid om een petitie in te dienen bij JMW verwijzen wij u naar de website van de oorlogswezen: www.wezen.org

Copyright: Aleh, Uitgave van Irgoen Olei Holland

Lezersreacties
Geef uw reactie

  • Zover ik weet hebben de twee organisaties begin november 2005 besloten om samen te werken. Dit is heel belangrijk omdat JMW dacht dat dat nooit zou lukken. Nu moet JMW maar afwachten wat er gaat gebeuren maar ik denk dat de wezen aan het eind van de rit tevreden zullen zijn. Want wij willen een onafhankelijk onderzoek laten doen. Als alles zo mooi was volgens JMW moet dat toch geen probleem zijn????? Wat betreft Harry van den Bergh die kan de boom in. Ga niet in je eentje je dossier op sturen naar JMW want die veegt het zo van de tafel. Dat is hun mannier van werken, dat doen ze met iedereen. Bij mij hebben ze ook veel te veel geld gejat iedere maand met de wekelijkse ommetjes naar de bank als ik nog ondergoed of iets dergelijks nodig had. Mijn dossier heeft Vuijsje toen die bewuste dag in Tel Aviv gezien en werd wit rond zijn neus en mompelde dat is wel veel geld iedere maand 300 gulden. Hij gaf door dat ik hem op zijn mobiel telefoon mocht bellen, iets dat hij met niemand doet. Dat heb ik dus niet gedaan. Ook hij kan de boom in we wachten wel op het onafhankelijk onderzoek. Vroeger had ik al die dingen nog aan genomen dat ze geld mochten afpakken maar na het boek van Elma Verhey zijn we er met zijn allen wel anders over gaan denken.
    Marianne van Geuns, 12 november 2005, Israel.

  • Kijk er zijn een heleboel mensen die beweren dat de shoa er nooit is geweest. Mijn vraag is dan waar zijn die zes miljoen mensen dan gebleven?
    Hier zijn mensen die beweren dat er goed met ons geld is omgegaan. Dezelfde vraag: waar is dan al het geld van de wezen gebleven?
    Marianne van Geuns, 18 november 2005, Israel.
    top