Back to Home Page
Trouw
www.trouw.nl - donderdag 26 mei 2005
 
Podium

Joodse wezen niet gediend met taboe
Geschiedschrijving
door Elma Verhey

In zijn afwijzende reactie op het boek 'Kind van de Rekening' pleit Hans Vuijsje in wezen voor een onwetenschappelijk soort geschiedschrijving. Dat is nu net te veel gevraagd.

In zijn betoog op Podium (13 mei) gaat Hans Vuijsje uitgebreid in op 'Kind van de Rekening', mijn onderzoek naar het rechtsherstel van de joodse oorlogswezen. Hij noemt het boek een voorbeeld van de fase van 'grijsdenken' waarin de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog zou zijn beland. In mijn behoefte om toch vooral niet in het ouderwetse 'goed of fout'-schema te vervallen, zou ik er zelfs bewust op uit zijn geweest nu eens niet de overheid op de korrel te nemen, maar vooral Joodse bestuurders.

Inderdaad heb ik in het boek niet alleen de overheid kritisch bekeken, maar ook de Joodse bestuurders. Zij toonden zich minstens zo 'kil' en 'zuinig' als de overheid. Uitgaven voor kost en inwoning of onderwijs werden op rekening van kinderen gebracht, terwijl de instellingen die kosten met gemak zelf op zich hadden kunnen nemen. Aan geld was geen gebrek. Het is zelfs de vraag of er juridisch wel altijd correct is gehandeld, vooral als het om kinderen gaat die op minderjarige leeftijd naar IsraŽl werden gestuurd.

Vuijsje bepleit een geheel nieuwe vorm van geschiedschrijving, waarbij de uitkomsten zo niet van te voren behoren worden bepaald, dan toch achteraf naar wens kunnen worden bijgesteld. Dat blijkt nog eens aan het einde van zijn betoog, waarin hij nieuw onderzoek naar de vermogens bepleit. Hij stelt echter als 'voorwaarde' dat de onderzoekers 'waken voor de gevaren van het grijsdenken', en 'rekening houden met de gevolgen van hun schrijven voor betrokkenen'. Vooral dat laatste klinkt bekend. Hoe discutabel de besluiten over de oorlogswezen ook mochten zijn, steevast werden ze door bestuurders gemotiveerd met 'het belang van het kind'.

De Joodse oorlogswezen zijn inmiddels vijfenzestig, zeventig jaar oud. Of de klachten over hun behandeling een vorm van 'verwerking van de naoorlogs periode' is, zoals Vuijsje zegt, zou ik niet voor mijn rekening durven te nemen. Zoveel is zeker, ze eisen dat er recht wordt gedaan. Niet voor niets hebben de broers Staal een rechtszaak aangespannen, waarover Trouw uitvoerig heeft bericht. Ook andere oorlogswezen nemen geen genoegen meer met de uitleg dat hun klachten ingegeven zijn door onverwerkte oorlogstrauma's.

Mijn onderzoek is beslist niet veroorzaakt door een behoefte Joodse bestuurders aan de schandpaal te nagelen, zoals Vuijsje suggereert. Toen ik vijf jaar geleden door het IsraŽlische instituut voor Lost Assets During World War Two werd gevraagd onderzoek te doen naar verdwenen vermogens van Joodse oorlogswezen, gonsde het van geruchten dat de Joodse voogdij-instellingen oneigenlijk gebruik hadden gemaakt van vermogens van kinderen. Joods Maatschappelijk Werk had daarover nogal wat klachten ontvangen en zat met de handen in het haar. Men was bereid de archieven voor onderzoek open te stellen. Helaas bleken alle relevante financiŽle documenten te zijn vernietigd.

Nog in het najaar van 2004 gaf Vuijsje hoog op van mijn onderzoekskwaliteiten. In een advertentie roemde hij onze 'integriteit en deskundigheid'. Nadat hij begin dit jaar de proeven van 'Kind van de Rekening' onder ogen kreeg, werd die mening 180 graden gedraaid. Hij was zelf in de archieven gedoken en tot de conclusie gekomen dat wij ons van a tot z vergisten. Verschil van mening over de interpretatie van documenten is onder onderzoekers normaal, maar het werkelijke verschil zit in onze opvattingen over deugdelijk onderzoek.

De Joodse gemeenschap is materieel en immaterieel zeer zwaar getroffen. 'Kind van de Rekening' besteedt daar uitgebreid aandacht aan. Ik leg uit hoe het beleid van de Joodse voogdij-instellingen mede veroorzaakt werd door een falend overheidsbeleid. Maar dat kan geen reden zijn om de manier waarop Joodse voogdij-instellingen met de belangen van oorlogswezen omsprongen met de mantel der liefde te bedekken. Vuijsje is de laatste om nieuw onderzoek te eisen. Joods Maatschappelijk Werk is de rechtsopvolger van de Joodse voogdij-instellingen. Directeur Vuijsje heeft er alle belang bij dat nieuw onderzoek aantoont dat de Joodse oorlogswezen geen 'poot hebben om op te staan'. Overigens zal het mij benieuwen wie bereid is om aan zijn voorwaarden voor dat zogenaamd onafhankelijke en niet-grijs gedachte onderzoek te voldoen.

Elma Verhey is journalist en auteur van het boek Kind van de Rekening.

Copyright: Verhey, Elma

Lezersreacties
Geef uw reactie

top